Het gaat goed met de economie, de werkloosheid blijft dalen en er ligt een Pensioenakkoord. Hoe kan het dat pensioenfondsen dan toch in zwaar weer zitten en misschien vanaf volgend jaar zelfs moeten korten?

Pensioenfondsen moeten genoeg geld in kas hebben zodat ook de pensioenen die nog uitbetaald moeten worden geen gevaar lopen. Maarhoeveel moet dat precies zijn en weten we zeker dat de huidige regels ook bij deze tijd passen?

Die discussie wordt sinds 2008 gevoerd. Door de financiële crisis die tien jaar geleden uitbrak, weten we dat er eigenlijk geen garanties voor pensioenen bestaan en dat het stelsel aan vernieuwing toe is.
Er ligt inmiddels een Pensioenakkoord, de crisisjaren liggen achter ons, de pensioenfondsen hebben ongeveer 1.600 miljard euro in kas, dat is nog nooit zoveel geweest.

Toch lopen de vier grootste fondsen gevaar: ABP (ambtenaren), PFZW (zorg), PME (metalektro) en PMT (metaal).

Hoe zit het ook alweer met die dekkingsgraden?
Het vermogen wordt uitgedrukt in de dekkingsgraad, het percentage waarmee de verhouding tussen de huidige en toekomstige verplichting wordt weergegeven. Is dat percentage 100, dan is er precies genoeg geld in kas om iedereen nu en in de toekomst uit te betalen. Duikt het getal daaronder, dan komt het fonds in de problemen.

Volgens de wet moet de beleidsdekkingsgraad (de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden) van een pensioenfonds minimaal 104 procent zijn. Zitten ze daaronder, dan moeten ze plannen bij toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) indienen over hoe de tekorten worden aangevuld.

Is de beleidsdekkingsgraad voor vijf jaar lang onder de 104 procent, dan moeten de fondsen de uitkeringen korten. Dat gebeurt voor gepensioneerden én voor deelnemers die nog werken. De kortingen mogen wel worden verspreid over tien jaar.

Inmiddels hebben de metaalfondsen PME (beleidsdekkingsgraad juli: 99,3 procent) en PMT (100,3 procent) deze kritische grens van vijf jaar een te lage dekkingsgraad bijna bereikt. Als hun financiële positie niet voor het einde van dit jaar verbetert, dan wordt er gesneden in de uitkeringen.

De beleidsdekkingsgraden in juli van de twee grootste fondsen ABP (99,7 procent) en PFZW (99,3 procent) hebben tot en met 2020 om orde op zaken te stellen, maar de dalende trend van het afgelopen jaar belooft niet veel goeds.

Maar er is toch een Pensioenakkoord gesloten?
Dat klopt. Na tien jaar overleggen lag er in juni eindelijk een akkoord op hoofdlijnen, de details worden nu uitgewerkt.

Met het akkoord is er niet opeens meer geld, maar de regels worden wel soepeler. Nu moeten fondsen dus een minimale beleidsdekkingsgraad van 104 procent hebben, dat wordt vanaf volgend jaar verlaagd naar 100 procent. Ze hoeven dus geen buffers aan te houden.

Het idee is dat pensioenen eerder omhoog kunnen als ze er goed voor staan, en eerder omlaag gaan als het tegenzit. Maar ook voor de vier grootste fondsen wordt die verlaagde grens van 100 procent een probleem. Er dreigen nog steeds kortingen, die worden alleen op zijn minst verzacht.

Waarom verliezen de pensioenfondsen zoveel geld?
Er worden wel winsten geboekt, alleen ‘telt’ dat werkelijk behaalde rendement niet. Pensioenfondsen hebben verplichte rekenregels om hun vermogen mee te waarderen; de zogenoemde rekenrente, een fictief rendement.

De rekenrente is de afgelopen jaren gedaald waardoor pensioenfondsen steeds meer geld in kas moeten hebben. Onlangs is zelfs afgesproken dat de rekenrente nóg verder daalt waardoor de financiële positie van pensioenfondsen verder verslechtert.

Aan de ene kant is het gek dat fondsen de echte winsten niet mogen gebruiken om de pensioenen te verhogen. Aan de andere kant mogen zij niet te veel risico lopen zodat er straks ook nog genoeg geld voor jongeren in de pot zit.

Dat is niet het enige probleem. Pensioenfondsen beleggen hun geld naast aandelen ook in staatsobligaties en de rente daarop is historisch laag, in sommige gevallen zelfs negatief. Dat hakt erin bij de rendementen van pensioenfondsen, die vanwege risicospreiding verplicht zijn in staatsobligaties te beleggen.

Een belangrijke oorzaak van deze lage rentes, is het opkoop programma van de Europese Centrale Bank (ECB). Er gaan geruchten dat er nieuwe stappen worden genomen.

Aan de aandelenportefeuille wordt goed verdiend de laatste jaren, maar Brexit en de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China pakken negatief uit. De seinen staan op “dieprood“, concludeerde de Pensioenfederatie deze week.

Kan de politiek de kortingen nog voorkomen?
Eigenlijk niet. Ten eerste omdat de pensioenen van werknemers en werkgevers zijn. Zij hebben ervoor betaald en zitten in de besturen. De overheid bepaalt de spelregels.

Verantwoordelijk minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken zei onlangs in de Tweede Kamer dat hij met de pensioensector in gesprek gaat, maar hij liet al doorschemeren dat hij dankzij het Pensioenakkoord de pijn een beetje kan verzachten.

Andere fondsen staan er zo slecht voor, zegt Koolmees, “dat zij realistisch gezien niet op afzienbare termijn kunnen herstellen”. Met andere woorden: die pensioenen gaan vanaf 2020 omlaag.

Bron: https://nu.nl

Please follow and like us:
error

De waardering van www.goudbarenkopen.nl bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.3/10 gebaseerd op 21 reviews.

Cart Item Removed. Undo
  • No products in the cart.